Terug naar overzicht

De verloochening van Petrus

Markus 14:67

En toen zij Petrus zich zag warmen, keek zij hem aan en zei: Ook u was bij Jezus de Nazarener.

Volledige bijbeltekst

Markus 14 vers 27 tot en met 31 
en 66 tot en met 72

27 En Jezus zei tegen hen: U zult in deze nacht allen aanstoot aan Mij nemen, want er is geschreven: Ik zal de Herder slaan en de schapen zullen uiteengedreven worden.
28 Maar nadat Ik opgewekt zal zijn, zal Ik u voorgaan naar Galilea.
29 Petrus zei tegen Hem: Ook al zullen allen aanstoot aan U nemen, ik echter niet.
30 En Jezus zei tegen hem: Voorwaar, Ik zeg u dat u vandaag, in deze nacht, voordat de haan twee keer gekraaid zal hebben, Mij driemaal zult verloochenen.
31  Maar hij zei nog krachtiger: Al moest ik met U sterven, ik zal U beslist niet verloochenen! En evenzo spraken zij ook allen.

66 En toen Petrus beneden op de binnenplaats was, kwam een van de dienstmeisjes van de hogepriester;
67 en toen zij Petrus zich zag warmen, keek zij hem aan en zei: Ook u was bij Jezus de Nazarener.
68 Maar hij ontkende het en zei: Ik ken Hem niet, en ik weet niet wat u zegt. En hij ging naar buiten, naar het voorportaal, en de haan kraaide.
69 En toen het dienstmeisje hem opnieuw zag, begon zij te zeggen tegen hen die daarbij stonden: Hij is een van hen.
70  Maar hij ontkende het opnieuw. En kort daarna zeiden zij die daarbij stonden, opnieuw tegen Petrus: Werkelijk, u bent een van hen, want u bent ook een Galileeër en uw spraak vertoont overeenkomst.
71 En hij begon zichzelf te vervloeken en te zweren: Ik ken deze Mens niet over Wie u spreekt.
72 En de haan kraaide voor de tweede keer; en Petrus herinnerde zich het woord dat Jezus tegen hem gezegd had: Voordat de haan twee keer gekraaid zal hebben, zult u Mij driemaal verloochenen.
En toen dat tot hem doordrong, begon hij te huilen.

Uitleg bij dit schilderij

Kort voor Jezus’ lijden en dood aan het kruis stelt Hij het Heilig Avondmaal in en viert dat met Zijn discipelen.
Na de viering zegt Hij:
U zult in deze nacht allen aanstoot aan mij nemen.
Petrus antwoordt:
Ook al zullen allen aanstoot aan U nemen, ik echter niet! Jezus zegt hem:
Voorwaar, Ik zeg u dat u vandaag, in deze nacht, voordat de haan twee keer gekraaid zal hebben, Mij driemaal zult verloochenen.

Niet lang daarna wordt Jezus gevangen genomen in de hof van Gethsémané. Hij wordt voor verhoor naar het huis van de hogepriester gebracht. Petrus volgt hem op een afstand, tot op de binnenplaats van het huis. Daar brandt een kolenvuur. Het is een koude nacht.
Door verschillende mensen wordt Petrus herkend als een discipel van Jezus, maar hij ontkent driemaal dat hij Jezus kent.

Uit deze geschiedenis wordt duidelijk dat Jezus in Zijn lijden geen steun ontving van zijn volgelingen. Allen lieten Hem in de steek.
De profetie uit Zacharia 13 vers 7 werd daarmee vervuld. 
Nu het proces tegen Hem begint, wordt zelfs de discipel die het vurigst zijn trouw aan Hem had betuigd, Hem ontrouw. 
Vooraf heeft Jezus echter voor Petrus gebeden dat zijn geloof niet zou ophouden. Hij wist immers vooraf al dat hij Hem zou verloochenen.
Als Petrus de haan hoort kraaien, beseft hij wat hij heeft gedaan.
Hij krijgt berouw en huilt bitter.

Jezus koos er bewust voor om te willen lijden om de straf, die wij voor onze zonden verdienen, in onze plaats te dragen.
Als wij ontrouw zijn, blijft Hij getrouw.
Hij kan Zichzelf niet verloochenen.

2 Timotheüs 2 vers 13.

In Johannes 21, als Jezus aan Zijn discipelen verschijnt na Zijn opstanding uit de doden, vraagt Hij Petrus - ook weer bij een kolenvuur - driemaal of hij Hem liefheeft. Petrus, bescheiden geworden na zijn drievoudige verloochening, antwoordt nu:
U weet dat ik van U houd. Jezus geeft Petrus daarop de taak Zijn schapen - de mensen die Jezus volgen - te hoeden.

Het geloof in Jezus Christus wordt beproefd, zoals metaal wordt gezuiverd of getest in het vuur. 

Zo’n 30 jaar later schrijft Petrus brieven aan de gemeenten van Christus. Hierin houdt hij hen voor, niet geschokt te zijn over de vuurgloed van de beproeving van hun geloof. Omdat het volgen van Jezus Christus inhoudt: delen in Zijn lijden, om vervolgens ook te delen in Zijn heerlijkheid en overwinning op de dood.
Hij roept de gelovigen op:
altijd bereid te zijn tot verantwoording aan ieder die u rekenschap vraagt van de hoop die in u is, met zachtmoedigheid en ontzag.
1 Petrus 3 vers 15.
Als herder van de schapen van Christus roept hij ook anderen op de kudde van God te hoeden, waakzaam te blijven voor de verleiding van de duivel en een voorbeeld te zijn voor de kudde.

Stel een vraag over dit schilderij

{{ errors.first("field_10") }}
{{ errors.first("field_11") }}
{{ errors.first("field_12") }}
{{ errors.first("privacy") }}
Download gratis de afbeelding