Terug naar overzicht

Het Messiaanse vrederijk

Jesaja 11:6

Een wolf zal bij een lam verblijven, een luipaard bij een geitenbok neerliggen, een kalf, een jonge leeuw en gemest vee zullen bij elkaar zijn, een kleine jongen zal ze drijven.

Volledige bijbeltekst

Jesaja 11:1-9
Want er zal een Twijgje opgroeien uit de afgehouwen stronk van Isaï,en een Loot uit zijn wortels zal vrucht voortbrengen. Op Hem zal de Geest van de HEERE rusten: de Geest van wijsheid en inzicht, de Geest van raad en sterkte, de Geest van de kennis en de vreze des HEEREN. Zijn ruiken zal zijn in de vreze des HEEREN. Hij zal niet oordelen naar wat Zijn ogen zien en Hij zal niet vonnissen naar wat Zijn oren horen. Hij zal de armen recht doen in gerechtigheid en de zachtmoedigen van het land zal Hij met rechtvaardigheid vonnissen. Maar Hij zal de aarde slaan met de roede van Zijn mond en met de adem van Zijn lippen zal Hij de goddeloze doden. Want gerechtigheid zal de gordel om Zijn heupen zijn, en de waarheid de gordel om Zijn middel. Een wolf zal bij een lam verblijven, een luipaard bij een geitenbok neerliggen,
een kalf, een jonge leeuw en gemest vee zullen bij elkaar zijn, een kleine jongen zal ze drijven. Koe en berin zullen samen weiden, hun jongen zullen bij elkaar neerliggen.
Een leeuw zal stro eten als het rund. Een zuigeling zal zich vermaken bij het hol van een adder, en in het nest van een gifslang zal een peuter zijn hand steken. Men zal nergens kwaad doen of verderf aanrichten op heel Mijn heilige berg, want de aarde zal vol zijn van de kennis van de HEERE, zoals het water de bodem van de zee bedekt.

Uitleg bij dit schilderij

Het onderwerp van dit schilderij is Jesaja 11 vers 6, een vers uit de profetie van Jesaja waarin hij een visioen beschrijft van het komende Messiaanse vrederijk. Het visioen geeft een beeld van de paradijselijke toestand die het gevolg zal zijn van de Messiaanse regering. Links op de voorgrond is een boomstronk te zien waaruit een jonge loot groeit. Dit beeld is ontleend aan Jesaja 11 vers 1.
De ‘twijg’ die ontspruit aan de ‘afgehouwen stronk van Isaï’ is tegelijk ook ‘de Wortel van Isaï’ (vers 10). Met de ‘Wortel van Isaï’ wordt Davids Zoon – en tegelijk zijn Heere – bedoeld (Mattheüs 22 vers 41-46): Messias Jezus.
Jezus heeft na Zijn opstanding uit de doden gezegd: ‘Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde’ (Mattheüs 28 vers 18). Hij is opgevaren naar de hemel, maar zal ook weer terugkomen naar de aarde waarna Zijn rijk (het Messiaanse vrederijk) ook op aarde in volle glorie zal aanbreken. De Messias en Zijn regering worden beschreven in Jesaja 11 vers 1-5. Degenen die zich blijven verzetten tegen Zijn heerschappij zullen de dood vinden. Zie ook Openbaring 2 vers 27 en 19 vers 15.
De vloek die – als gevolg van de zonde van de mens – over de schepping was gekomen (Genesis 3), zal worden opgeheven. Daardoor zal de relatie tussen mens en dier en tussen dieren onderling worden hersteld zoals het was in de situatie vóór Genesis 3. Iedere vorm van disharmonie zal worden uitgebannen. In die situatie kan zelfs een kind de voorheen verscheurende dieren hoeden. Niemand zal meer kwaad doen of verwoesting aanrichten; de aarde zal vol zijn van de kennis en heerlijkheid van de HEERE.
Het is een troostrijke profetie in een tijd van geweld. Oordelen en gerichten moeten plaatsvinden, maar daardoorheen vestigt God Zijn Koninkrijk. Voordat Jezus terugkomt zal het kwaad in hevige mate worden geopenbaard: ‘En dan zal de wetteloze geopenbaard worden. De Heere zal hem verteren door de Geest van Zijn mond en hem tenietdoen door de verschijning bij Zijn komst’ (2 Thessalonicenzen 2 vers 8). Nu zucht de schepping nog: ‘Want ik ben ervan overtuigd dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid die aan ons geopenbaard zal worden. Met reikhalzend verlangen immers verwacht de schepping het openbaar worden van de kinderen van God. Want de schepping is aan de zinloosheid onderworpen, niet vrijwillig, maar door hem die haar daaraan onderworpen heeft, in de hoop dat ook de schepping zelf zal bevrijd worden van de slavernij van het verderf om te komen tot de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen van God. Want wij weten dat heel de schepping gezamenlijk zucht en gezamenlijk in barensnood verkeert tot nu toe.’ (Romeinen 8 vers 18-22).
Openbaring 5 vers 5: ‘En een van de ouderlingen zei tegen mij: Huil niet. Zie, de Leeuw Die uit de stam van Juda is, de Wortel van David, heeft overwonnen om de boekrol te openen en zijn zeven zegels te verbreken’.

Stel een vraag over dit schilderij

{{ errors.first("field_10") }}
{{ errors.first("field_11") }}
{{ errors.first("field_12") }}
{{ errors.first("privacy") }}
Download gratis de afbeelding liever een afdruk op canvas?