Gospelimages wil de Bijbelse boodschap via schilderijen zo breed mogelijk delen, zonder winstoogmerk.
Via de webshop kunt u op canvas gedrukte reproducties (‘gicleés’) van hoogwaardige kwaliteit bestellen van het schilderij van uw keuze.
De royalty-opbrengst van de verkochte reproducties wordt in zijn geheel ter beschikking gesteld aan Stichting GlobalRize "Zending via internet". www.globalrize.nl
U verlaat nu de deze website om naar de webshop te gaan.
Terug naar overzicht
5 Zo zegt de Heere HEERE tegen deze beenderen: Zie, Ik ga geest in u brengen en u zult tot leven komen.
6 Ik zal pezen op u leggen, vlees op u doen komen, een huid over u heen trekken, en geest in u geven, zodat u tot leven komt. Dan zult u weten dat Ik de HEERE ben.
7 Toen profeteerde ik zoals mij geboden was, en er ontstond een geluid zodra ik profeteerde, en zie, een gedruis! De beenderen kwamen bij elkaar, elk been bij het bijbehorende been.
Download gratis de afbeelding
Het visioen van de beenderen
Ezechiel 37:1-14
4 Toen zei Hij tegen mij: Profeteer tegen deze beenderen en zeg tegen hen: Dorre beenderen, hoor het woord van de HEERE.5 Zo zegt de Heere HEERE tegen deze beenderen: Zie, Ik ga geest in u brengen en u zult tot leven komen.
6 Ik zal pezen op u leggen, vlees op u doen komen, een huid over u heen trekken, en geest in u geven, zodat u tot leven komt. Dan zult u weten dat Ik de HEERE ben.
7 Toen profeteerde ik zoals mij geboden was, en er ontstond een geluid zodra ik profeteerde, en zie, een gedruis! De beenderen kwamen bij elkaar, elk been bij het bijbehorende been.
Volledige bijbeltekst
1 De hand van de HEERE was op mij, en de HEERE bracht mij in de geest naar buiten en zette mij neer, midden in een vallei. Die lag vol beenderen.
2 Hij deed mij er aan alle kanten omheen gaan. En zie, er lagen er zeer veel op de grond van de vallei, en zie, ze waren zeer dor.
3 Hij zei tegen mij: Mensenkind, zullen deze beenderen tot leven komen? En ik zei: Heere HEERE, Ú weet het!
4 Toen zei Hij tegen mij: Profeteer tegen deze beenderen en zeg tegen hen: Dorre beenderen, hoor het woord van de HEERE.
5 Zo zegt de Heere HEERE tegen deze beenderen: Zie, Ik ga geest in u brengen en u zult tot leven komen.
6 Ik zal pezen op u leggen, vlees op u doen komen, een huid over u heen trekken, en geest in u geven, zodat u tot leven komt. Dan zult u weten dat Ik de HEERE ben.
7 Toen profeteerde ik zoals mij geboden was, en er ontstond een geluid zodra ik profeteerde, en zie, een gedruis! De beenderen kwamen bij elkaar, elk been bij het bijbehorende been.
8 En ik zag, en zie, er kwamen pezen op, er kwam vlees op en Hij trok er een huid overheen, maar er was geen geest in hen.
9 Hij zei tegen mij: Profeteer tegen de geest, profeteer, mensenkind! Zeg tegen de geest: Zo zegt de Heere HEERE: Geest, kom uit de vier windstreken en blaas in deze gedoden, zodat zij tot leven komen.
10 Ik profeteerde zoals Hij mij geboden had. Toen kwam de geest in hen en zij kwamen tot leven. Zij gingen op hun voeten staan, een zeer, zeer groot leger.
11 Toen zei Hij tegen mij: Mensenkind, deze beenderen zijn heel het huis van Israël. Zie, ze zeggen: Onze beenderen zijn verdord en onze hoop is vergaan, wij zijn afgesneden!
12 Profeteer daarom, en zeg tegen hen: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zal uw graven openen en Ik zal u uit uw graven doen oprijzen, Mijn volk, en Ik zal u brengen in het land van Israël.
13 Dan zult u weten dat Ik de HEERE ben, als Ik uw graven open en als Ik u uit uw graven doe oprijzen, Mijn volk.
14 Ik zal Mijn Geest in u geven, u zult tot leven komen en Ik zal u in uw land zetten. Dan zult u weten dat Ík, de HEERE, dit gesproken en gedaan heb, spreekt de HEERE.
2 Hij deed mij er aan alle kanten omheen gaan. En zie, er lagen er zeer veel op de grond van de vallei, en zie, ze waren zeer dor.
3 Hij zei tegen mij: Mensenkind, zullen deze beenderen tot leven komen? En ik zei: Heere HEERE, Ú weet het!
4 Toen zei Hij tegen mij: Profeteer tegen deze beenderen en zeg tegen hen: Dorre beenderen, hoor het woord van de HEERE.
5 Zo zegt de Heere HEERE tegen deze beenderen: Zie, Ik ga geest in u brengen en u zult tot leven komen.
6 Ik zal pezen op u leggen, vlees op u doen komen, een huid over u heen trekken, en geest in u geven, zodat u tot leven komt. Dan zult u weten dat Ik de HEERE ben.
7 Toen profeteerde ik zoals mij geboden was, en er ontstond een geluid zodra ik profeteerde, en zie, een gedruis! De beenderen kwamen bij elkaar, elk been bij het bijbehorende been.
8 En ik zag, en zie, er kwamen pezen op, er kwam vlees op en Hij trok er een huid overheen, maar er was geen geest in hen.
9 Hij zei tegen mij: Profeteer tegen de geest, profeteer, mensenkind! Zeg tegen de geest: Zo zegt de Heere HEERE: Geest, kom uit de vier windstreken en blaas in deze gedoden, zodat zij tot leven komen.
10 Ik profeteerde zoals Hij mij geboden had. Toen kwam de geest in hen en zij kwamen tot leven. Zij gingen op hun voeten staan, een zeer, zeer groot leger.
11 Toen zei Hij tegen mij: Mensenkind, deze beenderen zijn heel het huis van Israël. Zie, ze zeggen: Onze beenderen zijn verdord en onze hoop is vergaan, wij zijn afgesneden!
12 Profeteer daarom, en zeg tegen hen: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zal uw graven openen en Ik zal u uit uw graven doen oprijzen, Mijn volk, en Ik zal u brengen in het land van Israël.
13 Dan zult u weten dat Ik de HEERE ben, als Ik uw graven open en als Ik u uit uw graven doe oprijzen, Mijn volk.
14 Ik zal Mijn Geest in u geven, u zult tot leven komen en Ik zal u in uw land zetten. Dan zult u weten dat Ík, de HEERE, dit gesproken en gedaan heb, spreekt de HEERE.
Uitleg bij dit schilderij
De profeet Ezechiël stamt uit een priestergeslacht, en vertoeft in ballingschap in Babel.
Als een wachter heeft hij de Israëlieten gewaarschuwd voor het naderende oordeel als gevolg van hun afgoderij. Zij weigerden zich te bekeren en het oordeel kwam.
Toch neemt de HEERE, de God van het verbond, geen afscheid van Zijn volk. Hij toont de profeet Ezechiël visioenen. Het visioen over de doodsbeenderen toont Gods verbondstrouw, zelfs in deze donkere en verlaten toestand van de ballingschap: Jeruzalem ligt immers in puin, het volk is verstrooid.
Ezechiël moet namens de HEERE profeteren. Dan komen de botten tot elkaar en vormen complete skeletten, daarna complete lichamen. De profeet profeteert vervolgens tot de (Heilige) Geest, waarop de Geest leven blaast in de dode lichamen. Zie ook Genesis 2 vers 7.
Zo zal de HEERE het in ballingschap verstrooide volk van de Joden ‘uit het graf doen opkomen’, en brengen in het land Israël. Dan zal Hij de Geest in hen geven en zij zullen leven, de HEERE dienen en Zijn Naam heiligen.
In de hoofdstukken 34 en 36 deed de HEERE al beloften ten aanzien van de toekomst van het volk Israël:
-In Ezechiël 34 wordt de komst van de éne, goede Herder beloofd; ‘Mijn knecht David’ (bedoeld is Jezus, de Zoon van David), Die de dwalende schapen van Israël zal weiden en zegenen in hun land.
-In Ezechiël 36 wordt de geestelijke vernieuwing al beloofd. God brengt geestelijk dode mensen tot leven, opdat Zijn Naam geheiligd zal worden:
36 vers 25 ‘Ik zal rein water op u sprenkelen en u zult rein worden. Van al uw onreinheden en van al uw stinkgoden zal Ik u reinigen.
26 Dan zal Ik u een nieuw hart geven en een nieuwe geest in uw binnenste geven. Ik zal het hart van steen uit uw lichaam wegnemen en u een hart van vlees geven.
27 Ik zal Mijn Geest in uw binnenste geven. Ik zal maken dat u in Mijn verordeningen wandelt en dat u Mijn bepalingen in acht neemt en ze houdt.
28 U zult wonen in het land dat Ik uw vaderen gegeven heb, u zult een volk voor Mij zijn en Ík zal een God voor u zijn.’
Het terugbrengen en doen herleven van Israel is het begin.
God belooft in Ezechiël 37 vers 21 tot 28 dat de stammen weer verenigd zullen worden, en geregeerd zullen worden door een Koning, die Nakomeling van David zal zijn.
Gods verbond van vrede zal zo worden gerealiseerd: Hij Zelf zal bij hen wonen.
Jezus heeft gezegd: ‘Ik ben alleen maar gezonden naar de verloren schapen van het huis van Israel’. Mattheüs 15 vers 24.
Het herstel van Israël, en het herderschap van de Heere Jezus over de ‘andere schapen’, hangen met elkaar samen.
‘Ik heb nog andere schapen, die niet van deze schaapskooi zijn; ook die moet Ik binnenbrengen, en zij zullen Mijn stem horen en het zal worden één kudde en één Herder.’
Johannes 10 vers 16.
Hij heeft ook gezegd:
25Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: De tijd komt en is nu, dat de doden de stem van de Zoon van God zullen horen, en dat wie hem horen, zullen leven. Johannes 5 vers 25
Als een wachter heeft hij de Israëlieten gewaarschuwd voor het naderende oordeel als gevolg van hun afgoderij. Zij weigerden zich te bekeren en het oordeel kwam.
Toch neemt de HEERE, de God van het verbond, geen afscheid van Zijn volk. Hij toont de profeet Ezechiël visioenen. Het visioen over de doodsbeenderen toont Gods verbondstrouw, zelfs in deze donkere en verlaten toestand van de ballingschap: Jeruzalem ligt immers in puin, het volk is verstrooid.
Ezechiël moet namens de HEERE profeteren. Dan komen de botten tot elkaar en vormen complete skeletten, daarna complete lichamen. De profeet profeteert vervolgens tot de (Heilige) Geest, waarop de Geest leven blaast in de dode lichamen. Zie ook Genesis 2 vers 7.
Zo zal de HEERE het in ballingschap verstrooide volk van de Joden ‘uit het graf doen opkomen’, en brengen in het land Israël. Dan zal Hij de Geest in hen geven en zij zullen leven, de HEERE dienen en Zijn Naam heiligen.
In de hoofdstukken 34 en 36 deed de HEERE al beloften ten aanzien van de toekomst van het volk Israël:
-In Ezechiël 34 wordt de komst van de éne, goede Herder beloofd; ‘Mijn knecht David’ (bedoeld is Jezus, de Zoon van David), Die de dwalende schapen van Israël zal weiden en zegenen in hun land.
-In Ezechiël 36 wordt de geestelijke vernieuwing al beloofd. God brengt geestelijk dode mensen tot leven, opdat Zijn Naam geheiligd zal worden:
36 vers 25 ‘Ik zal rein water op u sprenkelen en u zult rein worden. Van al uw onreinheden en van al uw stinkgoden zal Ik u reinigen.
26 Dan zal Ik u een nieuw hart geven en een nieuwe geest in uw binnenste geven. Ik zal het hart van steen uit uw lichaam wegnemen en u een hart van vlees geven.
27 Ik zal Mijn Geest in uw binnenste geven. Ik zal maken dat u in Mijn verordeningen wandelt en dat u Mijn bepalingen in acht neemt en ze houdt.
28 U zult wonen in het land dat Ik uw vaderen gegeven heb, u zult een volk voor Mij zijn en Ík zal een God voor u zijn.’
Het terugbrengen en doen herleven van Israel is het begin.
God belooft in Ezechiël 37 vers 21 tot 28 dat de stammen weer verenigd zullen worden, en geregeerd zullen worden door een Koning, die Nakomeling van David zal zijn.
Gods verbond van vrede zal zo worden gerealiseerd: Hij Zelf zal bij hen wonen.
Jezus heeft gezegd: ‘Ik ben alleen maar gezonden naar de verloren schapen van het huis van Israel’. Mattheüs 15 vers 24.
Het herstel van Israël, en het herderschap van de Heere Jezus over de ‘andere schapen’, hangen met elkaar samen.
‘Ik heb nog andere schapen, die niet van deze schaapskooi zijn; ook die moet Ik binnenbrengen, en zij zullen Mijn stem horen en het zal worden één kudde en één Herder.’
Johannes 10 vers 16.
Hij heeft ook gezegd:
25Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: De tijd komt en is nu, dat de doden de stem van de Zoon van God zullen horen, en dat wie hem horen, zullen leven. Johannes 5 vers 25