Terug naar overzicht

De Emmaüsgangers

Lukas 24:30-31

30 En het gebeurde, toen Hij met hen aan tafel aanlag, dat Hij het brood nam en het zegende. En toen Hij het gebroken had, gaf Hij het aan hen. 
31 En hun ogen werden geopend, en zij herkenden Hem, maar Hij verdween uit hun gezicht.

Volledige bijbeltekst

Lukas 24:28-31
28 En zij kwamen dicht bij het dorp waar ze naartoe gingen en Hij deed alsof Hij verder zou gaan. 
29 En zij drongen er bij Hem op aan en zeiden: Blijf bij ons, want het is tegen de avond en de dag is gedaald. En Hij ging naar binnen om bij hen te blijven. 
30 En het gebeurde, toen Hij met hen aan tafel aanlag, dat Hij het brood nam en het zegende. En toen Hij het gebroken had, gaf Hij het aan hen. 
31 En hun ogen werden geopend, en zij herkenden Hem, maar Hij verdween uit hun gezicht.

Uitleg bij dit schilderij

Nadat Jezus is opgestaan uit de dood, verschijnt Hij lichamelijk aan veel van Zijn volgelingen. Twee van hen zijn onderweg naar Emmaüs, een plaatsje dat ongeveer elf kilometer van Jeruzalem af ligt. De twee volgelingen verkeren nog in onzekerheid wat betreft de opstanding van Jezus en praten met elkaar over de recente gebeurtenissen. Dan voegt Jezus zich bij hen, maar ‘hun ogen werden gesloten gehouden, zodat zij Hem niet herkenden’. Jezus legt hen uit dat Hij het lijden en de dood moest ondergaan, zoals Mozes en de profeten in het Oude Testament hadden voorzegd. Als de twee volgelingen in Emmaüs zijn aangekomen, is het al avond en neemt Jezus de uitnodiging aan om bij hen te blijven. Aan tafel breekt Hij het brood en spreekt de zegen uit. Op dat moment herkennen de Emmaüsgangers Jezus plotseling, en beseffen ze dat Hij inderdaad is opgestaan uit de dood.

Stel een vraag over dit schilderij

{{ errors.first("field_10") }}
{{ errors.first("field_11") }}
{{ errors.first("field_12") }}
{{ errors.first("privacy") }}
Download gratis de afbeelding