Terug naar overzicht

De wonderbare visvangst

Johannes 21:6-7

6 En Hij zei tegen hen: Werp het net uit aan de rechterkant van het schip en u zult vinden. Dus wierpen zij het uit en zij konden het niet meer trekken vanwege de grote hoeveelheid vissen. 
7 De discipel dan die Jezus liefhad, zei tegen Petrus: Het is de Heere! Toen Simon Petrus dan hoorde dat het de Heere was, sloeg hij het bovenkleed om, want hij was ongekleed, en wierp zich in de zee.

Volledige bijbeltekst

Johannes 21:1-14
1 Hierna openbaarde Jezus Zich opnieuw aan de discipelen, aan de zee van Tiberias. En Hij openbaarde Zich als volgt: 
2 Er waren bijeen Simon Petrus en Thomas, ook Didymus genoemd, en Nathanaël, die uit Kana in Galilea afkomstig was, en de zonen van Zebedeüs, en twee anderen van Zijn discipelen. 
3 Simon Petrus zei tegen hen: Ik ga vissen. Zij zeiden tegen hem: Wij gaan met u mee. Zij gingen naar buiten, en gingen meteen aan boord van het schip; en in die nacht vingen zij niets. 
4 En toen het al ochtend geworden was, stond Jezus aan de oever, maar de discipelen wisten niet dat het Jezus was. 
5 Jezus dan zei tegen hen: Kinderen, hebt u niet iets voor bij het eten? Zij antwoordden Hem: Nee. 
6 En Hij zei tegen hen: Werp het net uit aan de rechterkant van het schip en u zult vinden. Dus wierpen zij het uit en zij konden het niet meer trekken vanwege de grote hoeveelheid vissen. 
7 De discipel dan die Jezus liefhad, zei tegen Petrus: Het is de Heere! Toen Simon Petrus dan hoorde dat het de Heere was, sloeg hij het bovenkleed om, want hij was ongekleed, en wierp zich in de zee. 
8 En de andere discipelen kwamen met het scheepje, want zij waren niet ver, slechts ongeveer tweehonderd el, van het land verwijderd, en sleepten het net met de vissen. 
9 Toen zij nu aan land gegaan waren, zagen zij een kolenvuur met vis daarop liggen, en brood. 
10 Jezus zei tegen hen: Breng wat van de vissen die u nu gevangen hebt. 
11 Simon Petrus ging ernaartoe en trok het net op het land, vol grote vissen, honderddrieënvijftig, en hoewel het er zoveel waren, scheurde het net niet. 
12 Jezus zei tegen hen: Kom, gebruik de maaltijd. En niemand van de discipelen durfde Hem te vragen: Wie bent U? want zij wisten dat het de Heere was. 
13 Jezus dan kwam en nam het brood en gaf het hun, en de vis eveneens. 
14 Dit nu was de derde keer dat Jezus Zich aan Zijn discipelen openbaarde, nadat Hij uit de doden opgewekt was.

Uitleg bij dit schilderij

Nadat Jezus is opgestaan uit de dood verschijnt Hij meerdere keren aan Zijn discipelen. In Johannes 21 lees je dat Hij hen ontmoet bij de zee van Tiberias. De discipelen hebben de hele nacht gevist. Bij hun terugkomst zien ze iemand op de oever staan. De discipelen zien niet dat het Jezus is. Jezus vraagt hen om wat vis, maar de discipelen hebben niets gevangen. Dan zegt Jezus dat ze het net moeten uitwerpen aan de rechterkant van het schip. Als ze dat doen, kunnen ze het net niet meer trekken vanwege de grote hoeveelheid vissen in het net. Als Petrus, één van de discipelen, hoort dat het Jezus is die op de oever staat, werpt hij zich in de zee om snel bij Hem te kunnen zijn. Het scheepje bevindt zich ongeveer 100 meter vanaf de oever.
Uit deze geschiedenis wordt duidelijk dat Jezus sterker is dan de dood. De dood kon Hem niet vasthouden. Bovendien blijkt Zijn autoriteit over de schepping uit het wonder van de grote visvangst. Mattheüs 28 vers 18: ‘En Jezus kwam naar hen toe, sprak met hen en zei: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde.’ Jezus heeft in Mattheüs 4 vers 19 gezegd dat Hij Zijn discipelen ‘vissers van mensen’ zal maken. Ook dat kan – net als in de geschiedenis van de wonderlijke visvangst – alleen op effectieve wijze gebeuren als het gebeurt op Zijn aanwijzing.

Stel een vraag over dit schilderij

{{ errors.first("field_10") }}
{{ errors.first("field_11") }}
{{ errors.first("field_12") }}
{{ errors.first("privacy") }}
Download gratis de afbeelding