Terug naar overzicht

De doortocht door de Schelfzee

Exodus 14:28-29

Want toen het water terugvloeide, bedolf het de strijdwagens en de ruiters van het hele leger van de farao, die hen in de zee achterna gekomen waren. Niet een van hen bleef er over. Maar de Israëlieten gingen op het droge, midden door de zee. Het water was voor hen een muur aan hun rechter- en linkerhand.

Volledige bijbeltekst

Exodus 14:23-31
​​De Egyptenaren achtervolgden hen en kwamen hen achterna, met al de paarden van de farao, zijn strijdwagens en zijn ruiters, tot in het midden van de zee. Maar het gebeurde bij het aanbreken van de dag, dat de HEERE in de vuur- en wolkkolom neerzag op het leger van de Egyptenaren, en Hij bracht het leger van de Egyptenaren in verwarring. Hij liet de wielen van hun wagens wegzakken en liet ze met moeite vooruitkomen. Toen zeiden de Egyptenaren: Laten wij voor Israël vluchten, want de HEERE strijdt voor hen tegen de Egyptenaren. Toen zei de HEERE tegen Mozes: Strek uw hand uit over de zee, zodat het water terugkeert over de Egyptenaren, over hun strijdwagens en over hun ruiters. Mozes strekte zijn hand uit over de zee, en tegen het aanbreken van de morgen vloeide de zee terug naar zijn oorspronkelijke plaats, terwijl de Egyptenaren het water tegemoet vluchtten. Zo stortte de HEERE de Egyptenaren midden in de zee. Want toen het water terugvloeide, bedolf het de strijdwagens en de ruiters van het hele leger van de farao, die hen in de zee achterna gekomen waren. Niet een van hen bleef er over. Maar de Israëlieten gingen op het droge, midden door de zee. Het water was voor hen een muur aan hun rechter- en linkerhand. Zo verloste de HEERE Israël op die dag uit de hand van de Egyptenaren. En Israël zag de Egyptenaren dood aan de oever van de zee liggen. Toen zag Israël de machtige hand die de HEERE tegen de Egyptenaren gekeerd had, en het volk vreesde de HEERE en geloofde in de HEERE en in Mozes, Zijn dienaar.

Uitleg bij dit schilderij

Nadat God tien plagen over Egypte heeft gebracht, laat de farao het volk Israël eindelijk gaan. Korte tijd later krijgt hij daar spijt van en besluit hij alsnog achter het volk aan te gaan. De Israëlieten komen in een benarde situatie omdat voor hen de Rode- of Schelfzee ligt, en achter hen het Egyptische leger nadert. Gods reddende aanwezigheid blijkt echter doordat de Engel van God zich in een wolkkolom plaatst tussen de Egyptenaren en de Israëlieten, waardoor de Egyptenaren niet dichterbij kunnen komen. Mozes moet zijn staf over de zee uitstrekken, waarop de HEERE het water laat wegvloeien zodat er een droog pad ontstaat waarover het volk naar de overzijde kan gaan. Zie ook Hebreeën 11 vers 29. Daarna gaan echter ook de Egyptenaren met hun strijdwagens over het pad door de zee (mogelijk is de wolkkolom verplaatst). Maar als Mozes op bevel van de HEERE zijn hand uitstrekt over de zee, stroomt het water terug en verdrinken de achtervolgers.
De dankbaarheid voor de verlossing blijkt uit het lied dat Mozes en de Israëlieten hierna zingen (Exodus 15. Vergelijk Openbaring 19 vers 1-6). In het schilderij ligt het accent op de dankbaarheid voor de verlossing.
Jesaja 51 vers 10 en 11: ‘Bent u het niet die de zee heeft drooggelegd, de wateren van de grote watervloed, die de diepten van de zee gemaakt heeft tot een weg, zodat de verlosten erdoor konden gaan? Zo zullen wie door de HEERE zijn vrijgekocht, terugkeren en met gejuich in Sion komen. Eeuwige blijdschap zal op hun hoofd zijn, vreugde en blijdschap zullen zij verkrijgen, verdriet en gezucht zullen wegvluchten’.
De verlossing uit Egypte is een voorafbeelding van de verlossing van de gelovigen door Jezus Christus. Het water is in deze context een beeld van oordeel en dood. De doortocht door de zee is – net als de ark van Noach – een beeld van de Christelijke doop.
Romeinen 6 vers 3 en 4: ‘Of weet u niet dat wij allen die in Christus Jezus gedoopt zijn, in Zijn dood gedoopt zijn? Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat evenals Christus uit de doden is opgewekt tot de heerlijkheid van de Vader, zo ook wij in een nieuw leven zouden wandelen’. Zie ook Kolossenzen 2 vers 12. Het oude slavenleven werd achtergelaten in het water van de dood.
Het was Gods bedoeling dat Zijn volk Israël na de verlossing uit Egypte zou leven als een apart gezet (= heilig) volk. Op een later moment zou God hen Zijn wet geven als richtsnoer voor een leven in dankbaarheid en gehoorzaamheid. Helaas viel het volk ondanks Gods trouw regelmatig in zonde. In het Nieuwe Testament wordt dit gedrag van Israël de gelovigen als waarschuwend voorbeeld voorgehouden:
1 Korinthe 10 vers 1-6: ‘En ik wil niet, broeders, dat u er geen weet van hebt dat onze vaderen allen onder de wolk waren en allen door de zee zijn gegaan, en dat allen in Mozes gedoopt zijn in de wolk en in de zee, en allen hetzelfde geestelijke voedsel gegeten hebben, en allen dezelfde geestelijke drank gedronken hebben. Zij dronken namelijk uit een geestelijke rots, die hen volgde; en die rots was Christus. Maar in de meesten van hen heeft God geen welgevallen gehad, want zij zijn neergeveld in de woestijn. En deze dingen zijn gebeurd als voorbeelden voor ons, opdat wij niet zouden verlangen naar kwade dingen, zoals ook zij verlangd hebben’.
Hieruit blijkt dat de verlossing geen garantie is voor een heilig leven. Heiligheid vereist een hart dat volkomen aan God is toegewijd, en voortdurend geleid wordt door de Heilige Geest.

Stel een vraag over dit schilderij

{{ errors.first("field_10") }}
{{ errors.first("field_11") }}
{{ errors.first("field_12") }}
{{ errors.first("privacy") }}
Download gratis de afbeelding