Terug naar overzicht

De roeping van Mozes

Exodus 3:6

Hij zei verder: Ik ben de God van uw vader, de God van Abraham, de God van Izak en de God van Jakob. En Mozes bedekte zijn gezicht, want hij was bevreesd God aan te kijken.

Volledige bijbeltekst

Exodus 3:1-6
En Mozes hoedde het kleinvee van zijn schoonvader Jethro, de priester van Midian. Hij dreef het kleinvee tot voorbij de woestijn, en hij kwam bij de berg van God, de Horeb. En de Engel van de HEERE verscheen hem in een vuurvlam uit het midden van een doornstruik. Hij keek toe, en zie, de doornstruik brandde in het vuur, maar de doornstruik werd niet verteerd. Mozes zei: Laat ik nu naar dat indrukwekkende verschijnsel gaan kijken, waarom de doornstruik niet verbrandt. Toen de HEERE zag dat hij ging kijken, riep God tot hem uit het midden van de doornstruik en zei: Mozes, Mozes! Hij zei: Zie, hier ben ik! En Hij zei: Kom hier niet dichterbij. Doe uw schoenen van uw voeten, want de plaats waarop u staat, is heilige grond. Hij zei verder: Ik ben de God van uw vader, de God van Abraham, de God van Izak en de God van Jakob. En Mozes bedekte zijn gezicht, want hij was bevreesd God aan te kijken.

Uitleg bij dit schilderij

Mozes is herder in het land Midian. Hij hoedt de kudde van Jethro, zijn schoonvader. Eerder, toen Mozes veertig jaar oud was, had hij een poging gedaan het volk Israël in opstand te laten komen tegen de onderdrukking door de Egyptenaren. Bij die poging had hij een Egyptenaar doodgeslagen. Zijn volk had zich echter niet achter hem geschaard (Handelingen 7 vers 23-28. Vergelijk Johannes 1 vers 11).
Mozes vlucht vervolgens naar Midian. In Exodus 3 lezen we dat hij met de kudde bij de berg Horeb komt. Daar ziet hij iets bijzonders: een brandende doornstruik die echter door het vuur niet wordt verteerd. God (ofwel: de Engel van de HEERE) openbaart Zich in het vuur. Hij gebiedt Mozes zijn schoenen uit te doen omdat hij zich op heilige grond bevindt. Mozes is overweldigd door deze openbaring en durft God niet aan te kijken. De HEERE (= Jahweh) maakt zich bekend als de God van zijn voorvaderen, en zegt Mozes dat Hij de onderdrukking van Zijn volk duidelijk heeft gezien, en hun geschreeuw om hulp heeft gehoord. Hij denkt aan Zijn verbond met Abraham, Izak en Jakob (Exodus 2 vers 24). Mozes krijgt de opdracht om naar de Farao te gaan en de Israëlieten uit Egypte te leiden, overeenkomstig de belofte die God in Genesis 15 aan Abraham had gedaan.
Mozes herinnert zich zijn eerdere mislukte poging om het volk achter zich te krijgen en maakt bezwaar. Hij acht zichzelf ongeschikt en is bang dat het volk niet zal geloven dat hij namens God optreedt. De HEERE is Mozes genadig en komt aan al zijn bezwaren tegemoet. Mozes mag samen met zijn broer Aäron naar de farao gaan. Nu is het God Zelf die verlossend voorop zal gaan.

Vuur is ook op andere plaatsen in de Bijbel een beeld van de goddelijke tegenwoordigheid. Zie Genesis 15 vers 17, Exodus 19 vers 18 en Psalm 18 vers 9. De brandende doornstruik is een beeld van het lijden en tegelijk de bewaring van het volk Israël. Een beeld van de eeuwige God, voor altijd wonend in het midden van Zijn volk om het te reinigen en te bewaren (Zacharia 2:5). Deuteronomium 4 vers 20 noemt Egypte ‘de ijzeroven’. Dat is het vuur van beproeving en reiniging.

Vierhonderd jaar eerder had God Jakob en zijn nakomelingen naar Egypte gebracht, waar de overvloed van graan hen de gelegenheid gaf zich te vermenigvuldigen. Aan het einde van deze periode deed de Egyptische onderdrukking het talrijke volk verlangen naar het beloofde land van melk en honing.

Stel een vraag over dit schilderij

{{ errors.first("field_10") }}
{{ errors.first("field_11") }}
{{ errors.first("field_12") }}
{{ errors.first("privacy") }}
Download gratis de afbeelding