Terug naar overzicht

De wonderbare spijziging

Markus 6:41

En toen Hij de vijf broden en de twee vissen genomen had, keek Hij op naar de hemel, zegende en brak de broden en gaf ze aan Zijn discipelen, opdat zij die aan hen zouden voorzetten, en de twee vissen verdeelde Hij onder allen.

Volledige bijbeltekst

Markus 6 vers 32-34:
En zij vertrokken in een schip naar een eenzame plaats, alleen. En de menigten zagen hen weggaan, en velen herkenden Hem en gingen uit alle steden gezamenlijk te voet daarnaartoe; en zij kwamen er vóór hen aan en gingen samen naar Hem toe. En toen Jezus uit het schip ging, zag Hij een grote menigte en was innerlijk met ontferming bewogen over hen, want zij waren als schapen die geen herder hebben; en Hij begon hun veel dingen te onderwijzen. En toen het al laat geworden was, kwamen Zijn discipelen naar Hem toe en zeiden: Deze plaats is eenzaam en het is al laat; stuur hen weg, opdat zij naar de omliggende gehuchten en dorpen kunnen gaan en broden voor zichzelf kopen, want zij hebben niets te eten. Maar Hij antwoordde hun en zei: Geeft u hun te eten. En zij zeiden tegen Hem: Moeten wij voor tweehonderd penningen brood gaan kopen en hun te eten geven? En Hij zei tegen hen: Hoeveel broden hebt u? Ga eens kijken. En toen zij het te weten gekomen waren, zeiden zij: Vijf, en twee vissen. En Hij droeg hun op om allen in groepen te laten gaan zitten in het groene gras. En zij gingen zitten in groepen van honderd en van vijftig. En toen Hij de vijf broden en de twee vissen genomen had, keek Hij op naar de hemel, zegende en brak de broden en gaf ze aan Zijn discipelen, opdat zij die aan hen zouden voorzetten, en de twee vissen verdeelde Hij onder allen. En zij aten allen en werden verzadigd. En zij raapten twaalf manden vol met stukken brood op, en wat over was van de vissen. En die de broden gegeten hadden, waren ongeveer vijfduizend mannen.

Uitleg bij dit schilderij

Het teken van de wonderbare spijziging wordt in alle evangeliebeschrijvingen vermeld. Het laat zien dat God wil voorzien in onze tijdelijke behoeften (Mattheüs 6 vers 25), maar het verwijst tegelijk naar het Hemelse Brood dat eeuwig leven geeft (Johannes 6 vers 35).
Het teken vindt plaats in de omgeving van Bethsaïda, ten noorden van het meer van Galilea, ten oosten van de Jordaan; een afgelegen plaats. Jezus is met ‘innerlijke ontferming bewogen’ over de mensen. Zij zijn als schapen zonder herder. Jezus onderwijst hen. Als de menigte ’s avonds hongerig wordt, zorgt Hij op wonderlijke wijze voor brood en vis. Hij zou brood kunnen scheppen ‘uit niets’, maar Hij gebruikt het weinige dat voorhanden is: vijf broden en twee vissen. Als het weinige voedsel onder Zijn handen wordt vermenigvuldigd, moeten Zijn discipelen vervolgens hard werken om het voedsel te verdelen; God gebruikt mensen in Zijn dienst.
De dag na deze wonderbare spijziging legt Jezus in Kapernaüm de betekenis ervan uit aan de menigte. Dit is te lezen in Johannes 6. Jezus geeft aan dat het niet om het vergankelijke, tijdelijke brood gaat, maar om het blijvende voedsel. ‘Werk niet om het voedsel dat vergaat, maar om het voedsel dat blijft tot in het eeuwige leven’ (vers 27). Op de vraag: ‘Wat moeten wij doen, opdat wij de werken van God mogen verrichten?’ antwoordt Jezus: ‘Dit is het werk van God: dat u gelooft in Hem Die Hij gezonden heeft’ (vers 29). ‘Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wie in Mij gelooft, heeft eeuwig leven’ (vers 47).
De Joden verwachtten van de Messias dat Hij, net als bij Mozes in de woestijn, brood uit de hemel zou geven. Jezus weet dat velen Hem zoeken om vergankelijk brood te krijgen, maar zegt: ‘Ik ben het levende brood, dat uit de hemel neergedaald is; als iemand van dit brood eet, zal hij leven in eeuwigheid. En het brood dat Ik geven zal, is Mijn vlees, dat Ik geven zal voor het leven van de wereld’ (vers 51). ‘Wie Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven, en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag’ (vers 54). Jezus bedoelt een zich blijvend geestelijk voeden met alles wat Hij is; een totale levensgemeenschap. Voor velen is deze uitspraak onverteerbaar: ‘Velen dan van Zijn discipelen die dit hoorden, zeiden: Dit woord is hard; wie kan het aanhoren?’ (vers 60). Vers 66 zegt: ‘Van toen af trokken velen van Zijn discipelen zich terug en gingen niet meer met Hem mee’.
Jesaja 55 vers 1-3: ‘O, alle dorstigen, kom tot de wateren, en u die geen geld hebt, kom, koop en eet, ja, kom, koop zonder geld, zonder prijs, wijn en melk. Waarom weegt u geld af voor wat geen brood is, en uw arbeid voor wat niet verzadigen kan? Luister aandachtig naar Mij, eet het goede, en laat uw ziel vreugde scheppen in de overvloed. Neig uw oor en kom tot Mij, luister, en uw ziel zal leven.’

Stel een vraag over dit schilderij

{{ errors.first("field_10") }}
{{ errors.first("field_11") }}
{{ errors.first("field_12") }}
{{ errors.first("privacy") }}
Download gratis de afbeelding liever een afdruk op canvas?